|
Bacteriën.
Welke gevaarlijke bacteriën
teisteren onze Koi?
Multiresistente bacteriën
vormen voor de koi momenteel de grootste bedreiging. Door doorgedreven selectie
en inteelt hebben koi waarschijnlijk een genetisch bepaalde, minder goede
immuniteitsvorming. Voeg hierbij het antibioticum gebruik; maar vooral misbruik
en het probleem is geboren.
Als het microscopisch
onderzoek van de slijmhuid negatief is kan er gedacht worden aan een bacteriële
aandoening. Een bacteriële aandoening kan echter pas met 100% zekerheid
vastgesteld worden als een stukje slijmhuid op kweek wordt gezet. Hieruit kan
men ook opmaken om welke bacterie het gaat. De behandeling bestaat meestal uit
het toedienen van antibiotica.
Klinisch zijn een aantal
beelden te onderscheiden. Verschillende soorten bacteriën kunnen hetzelfde beeld
veroorzaken: Ontsteking van binnenuit: onderhuids ontstaan een of meer rode
plekken, die naar buiten toe doorbreken, waardoor een gat (zweer) ontstaat. De
vinnen en de rest van de huid zijn in eerste instantie nog gaaf. De vis blijft
tot het laatst eten. De wonden kunnen gereinigd worden met waterstofperoxide 2%
Hoe een bacteriële aandoening
herkennen?
Door het op kweek zetten
van de slijmhuid, door zweren op de vis, door uitstaande schubben en/of in
combinatie met het opzwellen van de vis, door een rood geïrriteerde huid, door
rafelige gekartelde vinnen die rood verkleurd kunnen zijn, door zweren aan bek
en ogen. Een bacteriële aandoening gaat zelden vanzelf over en advies
inwinnen van een koiarts is noodzakelijk.
Enkele veel voorkomende bacteriële aandoeningen:
Vinrot (Aeromonas
hydrophilla):

Bacterieel vinrot word door verschillende bacteriën verwekt zoals Aeromonas en
Pseudomonas en mytobacteriën. Eerst is er een lichte vertroebeling van de vinnen
(doffe plekken) en later worden de vinranden wit. Door weefsel afsterving komen
er franjes aan de vinnen waarbij een overmatige bloed vulling van de bloedvaten
is te zien net achter het afgestorven weefsel. Bij de staartvin is ook de
staartwortel rood getekend door de ontsteking. De huid is op het lichaam op
diverse plaatsen aangetast en kapot waardoor een zweer (gat) ontstaat.Vaak wordt vinrot
veroorzaakt door transportschade of beschadiging bij het vangen of door
overpopulatie.
ADVIES :
Behandeling met antibiotica is meestal nodig. Als alleen het zachte vinweefsel
maar is aangetast is de totale genezing vaak mogelijk.
MORENICOL CYTOFEX van Colombo is een veilig middel dat alleen bij hoge
overdoseringen schadelijk wordt. Door een speciale coating worden de actieve
stoffen aan de slijmhuid van de vis gebonden. Hierdoor ontstaat een hoge
concentratie van werkzame bestanddelen op de plek waar dit nodig is.
DOSERING : 1ml. per 10L vijverwater. Indien nodig de 3e en 5e dag met
1ml. per 10 liter water nadoseren. De benodigde hoeveelheid in de maatbeker
afpassen in een gieter of emmer met water voormengen. Dan gelijkmatig over de
vijver verdelen. UV-lamp voor ten minste één week uitschakelen.
Bij geen genezing koiarts raadplegen !
Diffuse oppervlakkige
huidontsteking(Flexibacter columnaris) (In
de volksmond ook wel foutief bekschimmel genoemd ) :
Meestal ontstaat een diffuse huidontsteking door een Cytophaga-like bacterie
zoals Flexibacter columnaris. De vinranden zijn rafelig. Huid en kieuwen zijn in
eerste instantie maar oppervlakkig ontstoken maar wanneer de bacteriën in het
lichaam of de kieuwen doordringen volgt meestal een snelle dood. Vaak wordt een
diffuse huidontsteking verward met een schimmelinfectie. Verder vertoont de koi
grijze plekken over het hele lichaam. Deze vlekken worden later bloedige plekken
of platte huidzweren. Ook kunnen de vinnen en de staart weefselafbraak tonen.
Deze ziekte is zeer besmettelijk en het is daarom noodzakelijk dat al het
materiaal dat met de vis in contact is gekomen goed wordt ontsmet.
ADVIES : Vis onmiddellijk in quarantaine zetten. Behandeling met
antibiotica is meestal nodig. Als alleen het zachte vinweefsel maar is aangetast
is de totale genezing vaak mogelijk.
MORENICOL CYTOFEX van Colombo is een veilig middel dat alleen bij hoge
overdoseringen schadelijk wordt. Door een speciale coating worden de actieve
stoffen aan de slijmhuid van de vis gebonden. Hierdoor ontstaat een hoge
concentratie van werkzame bestanddelen op de plek waar dit nodig is.
DOSERING : 1ml. per 10L vijverwater. Indien nodig de 3e en 5e dag met
1ml. per 10 liter water nadoseren. De benodigde hoeveelheid in de maatbeker
afpassen in een gieter of emmer met water voormengen. Dan gelijkmatig over de
vijver verdelen. UV-lamp voor ten minste één week uitschakelen.
Bij geen genezing koiarts raadplegen !
Buikwaterzucht (ascites,
dropsy) :
Buikwaterzucht is een aandoening bij vissen waarbij ze een grote buikomvang
hebben en de schubben van het lichaam af staan (dennenappel uiterlijk). Vaak
wordt bij buikwaterzucht gedacht aan een besmettelijke aandoening, dit is echter
bij Koi slechts bij 1% van alle gevallen. De besmettelijke ziekte is meestal een
infectie met vistuberculose (visTBC). Buikwaterzucht is dus in bijna alle
gevallen NIET besmettelijk.
Buikwaterzucht kan vele oorzaken hebben: een bacteriële infectie, virale
infectie, een herpesvirus, mitraspora cyprini, een tumor, nierfalen door giftige
stoffen, een chronische hoge ammoniakwaarde en andere oorzaken voor slechte
watercondities. Bij bijna al de bovengenoemde oorzaken vindt er een opeenhoping
plaats van stoffen of organismen in de lever en de nieren. Deze opeenhoping
zorgt voor een weefselbeschadiging in de lever en de nier. De beschadiging kan
zulke erge vormen aannemen dat de organen niet normaal meer hun functie kunnen
uitvoeren. De waterhuishouding van de vis raakt in die situatie ontregelt en
water blijft dan achter in de verschillende weefsels. Dit water zakt ten gevolge
van de zwaartekracht en komt onderin de buikholte terecht. Het volume van de
buik neemt toe en er wordt extra druk uitgeoefend op de buikwand met als gevolg
dat deze strak gespannen wordt en de schubben rechtop gaan staan. Het water in
de schubben wordt ook niet goed afgevoerd en per schub vindt er een opeenhoping
plaats. De grote hoeveelheid water zorgt er voor dat de schubben nog meer
overeind gaan staan. Indien er slechts enkele schubben overeind staan is de
prognose nog redelijk. Als de vis echter helemaal een dennenappel wordt dan is
de prognose slechter aangezien er dan grote weefselbeschadigingen hebben
plaatsgevonden waardoor de orgaanfunctie verstoord is. Over het algemeen kan het
orgaan slecht herstellen en de vis overlijdt aan de gevolgen hiervan.

ADVIES :
De
behandeling van buikwaterzucht is niet makkelijk en het is verstandig om een
deskundige te raadplegen. Slechts 5% van alle vissen met echte buikwaterzucht
overleven de aandoening.
Behandeling met antibioticum heeft hierbij weinig nut omdat vaak in een te laat
stadium de symptomen worden herkent. Een huidafstrijkje kan een parasitaire
infectie bevestigen, echter een gerichte bestrijding voor deze vis is vaak te
laat. Maar voor andere vissen kan het de redding betekenen.Besmettelijke
buikwaterzucht kan men herkennen aan de volgende kenmerken: er moet sprake zijn
van echte buikwaterzucht, er moeten minstens twee vissen last hebben en de
symptomen moeten binnen 24-36 uur ontstaan zijn bij beide vissen. Isoleer de
zieke dieren van de gezonde dieren en neem dan zo snel mogelijk contact op met
een deskundige.
Bron :
www.koidokter.nl
Virussen.
Welke
gevaarlijke virussen teisteren onze Koi?
Over virale
infecties is tot nu toe bij vissen nog heel weinig bekend. Virussen zijn heel
kleine organismen, die zich alleen in levende cellen kunnen vermeerderen.
Virussen kunnen alles besmeten behalve andere virussen. Ze bestaan voornamelijk
uit een eiwitlaag met een kern van genetisch materiaal. Onder de microscoop kan
men de virussen niet herkennen.
De levenscyclus van een virus is vrij eenvoudig. Het virus injecteert genetisch
materiaal bij zijn gastheer; in ons geval de koi en begint van daaruit zijn
verwoestende uitwerking. Alleen de uiterlijke ziektebeelden kunnen een virale
ziekte aanwijzen. Helaas kunnen sommige ziektebeelden snel met andere
ziektebeelden, zoals die van ééncelligen of bacteriën worden verwisseld.
Een bestrijding van virale ziekten is tot nu toe nog niet mogelijk. Wel kan men
deze ziekten voorkomen, indien men voor optimale leefomstandigheden voor de
vissen zorgt. Een gezonde afwisselende verse voeding, schoon water en de juiste
waterwaarden.
Hoe een virusinfectie
herkennen?
De meeste
virussen kunnen wel voorkomen worden maar niet genezen. De belangrijkste
virussen zijn Lymphocystes, karperpokken en karperviraemia .
Lymphocystes :
De ziekteverschijselen bij een Lymphocystisinfectie kunnen we herkennen aan de
witte knobbeltjes aan de vinnen. Het virus laat de cellen van de vin groeien.
Deze ziekte is chronisch maar niet dodelijk voor koi.
Behandeling :
De besmette vindelen kunnen we verwijderen door met een scherp scalpel of met
een scherpe schaar deze gewoon af te knippen. Natuurlijk dienen we de wonden
goed te ontsmetten, om besmettingen door bacteriën te voorkomen. De vinnen
groeien in enkele weken opnieuw bij. Knip nooit tot aan de vininplanting. Zorg
dat in deze herstelperiode het voedsel rijk is aan vitaminen en mineralen.
Karperpokken :
De ziekteverschijselen lijken sterk op deze van de Lymphocystisinfectie. Ook
hier ontstaan witte knobbeltjes op de vinnen, maar ook op het lichaam. Deze
symptomen ontstaan meestal in de koudere perioden van het jaar bij vijvervissen.
Koi zullen er niet aan sterven, maar het virus kan wel voor serieuze
vervormingen zorgen. Het virus kan van vis op vis overgaan. Het virus is
voornamelijk actief in de lente. Later in het jaar als de temperaturen oplopen,
verdwijnen de symptomen weer. Maar in het volgende jaar kunnen de knobbeltjes
opnieuw optreden.
Behandeling :
Een behandeling is niet mogelijk. Ook hier; zorg voor optimale
leefomstandigheden.
Karperviraemia :
Karperviraemia is een voorjaarsziekte die te herkennen is aan een gezwollen
lichaam, bleke kieuwen en soms onderhuidse bloedingen op het lichaam en rond de
anus. Het lichaam vult zich met een heldere of bruine vloeistof. Ook zijn de
bloedvaten rond de zwemblaas vaak gesprongen en de lever en milt vergroot.
Behandeling :
Het virus treft vooral jonge koi en zij zullen dit dan ook meestal niet
overleven. Overleven zij dit wel, dan zijn zij immuun geworden, maar wel een
mogelijke drager geworden van dit virus. Een behandeling is niet mogelijk. Ook
hier; zorg voor optimale leefomstandigheden.
SCHIMMELS.
Welke schimmelziekten teisteren
onze Koi?
Schimmel is
geen ziekte op zich maar altijd een secundaire aandoening. Mochten uw koi
schimmel hebben dan moet u op zoek gaan naar de primaire oorzaak.
De meeste schimmels bestaan uit lange vertakte draden die door elkaar heen lopen
en een gevlochten structuur vormen. Ze voeden zich met organisch afval zoals
dieren, planten of zelfs levende wezens. Dode vissen vormen een ideale
voedingsbron voor schimmels. Haal daarom zo snel mogelijk dode vissen uit het
water. Dit geldt ook voor besmette eitjes.
Hoe kan je een
schimmelinfectie herkennen?

Het ziektebeeld van Saprolegnia,
Achlya, Aphanomyces, de huidschimmel Dermatomycosis en de kieuwschimmel
Branchiomycosis : de bekentste schimmels die onze vissen kunnen besmetten zijn
herkenbaar aan de witte wattenachtige structuren op de huid, de ogen of vinnen
van de vis. Deze wattenachtige proppen klappen in elkaar als de vis boven water
komt. Ook de eieren van vissen kunnen door deze schimmels besmet worden. Een vis
wordt slechts dan besmet, als de vis verzwakt is en de huid van de vis aangetast
is. Dit kan gebeuren door verwondingen of door infecties door bacteriën of
andere parasieten. Ook een slechte waterkwaliteit kan de slijmlaag van de vis
aantasten, b.v. de pH-waarde is te hoog of te laag.
Hoe kan je een schimmelinfectie
verzorgen?
Als een vis
schimmel heeft kan je hem het best onmiddellijk uit de vijver halen en
ontsmetten met zout. Je neemt een bowl en vult deze met ongeveer 50 liter water;
voeg hier 1kg jodiumvrij zout aan toe. Goed roeren tot alles is opgelost en dan
de vis erin. Laat de vis in de bowl tot hij aan het oppervlak komt drijven. Dit
duurt ongeveer 1minuut. Laat de vis er ook niet te lang inzitten want anders zal
hij snel sterven. Plaats de vis in quarantaine en neem kontact op met een
koiarts.
Voor u de koi een zoutbad geeft kan u best eerst een afstrijkje van de slijmhuid
nemen. Deze slijmhuid bekijk je onder een microscoop. Doorzichtige draadjes met
soms donkere puntjes erin tonen bij een vergroting van 100 keer de
schimmelinfecties aan.
Advies :
Omdat schimmelinfecties secundaire infecties zijn, dient eerst de eigenlijke
oorzaak bestreden te worden. In de meeste gevallen bestrijden de medicijnen
tegen de eigenlijke oorzaak ook de schimmelinfecties. Maar er zijn ook speciale
schimmel-bestrijdingsmiddelen voor die gevallen als er sprake is van
verwondingen of slechte waterkwaliteit. Gebruik ALPAREX of FMC-50 van Colombo
voor de vijver.(gebruik beide middelen niet door elkaar; tussen ALPAREX en
FMC-50 dient minimum twee weken tussen te zijn).
Dosering ALPAREX:
1ste dag 1ml.per 20 liter vijverwater; de 2e dag nog eens 1ml.per 20 liter
vijverwater. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen.
Dosering FMC-50:
Eénmaal 1ml. per 25 liter vijverwater. Boven 15 °C. en bij een Ph lager dan 7,0
en bij gevoelige vissen, zoals windes, zeelt en steuren, halve dosering
gebruiken. Bij twijfel: 1 ml. per 100 liter per dag, gedurende 3 dagen. De
benodigde hoeveelheid in de maatbeker afpassen en in een gieter of emmer met
water voormengen. Dan gelijkmatig over de vijver verdelen. Indien nodig kan de
behandeling na 1 week worden herhaald. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen na de
laatste behandeling.
Wormen.
Welke soorten
wormen teisteren onze Koi?

Eén van de
meest voorkomende groep dierlijke ziekteverwekkers zijn wormen. Ook hier vinden
wij parasieten, die binnen of buiten het lichaam, de vis schade toebrengen. We
onderscheiden haakwormen, draadwormen, lintwormen, kieuwwormen en huidwormen. De
laatste twee soorten zijn de meest voorkomende bij koi. De grootte van de wormen
varieert sterk, sommige zijn alleen met het menselijk oog en andere alleen met
een microscoop te herkennen. De ziektebeelden kunnen vaak met de ziektebeelden
van ééncellige infecties worden verward. Dit komt omdat dezelfde secundaire
infecties kunnen ontstaan.
Hoe een wormeninfectie
herkennen?
Gyrodactylus of huidwormen :
De huidwormen of gyrodactylus veroorzaken evenals sommige ééncelligen een
troebele huid en bloedige plekken op de huid. De vissen schuren langs de
vijverwanden en stenen, krijgen een donkere kleur en vermageren. Bijkomende
bacteriële infecties zijn aan de rode plekken herkenbaar.
De Gyrodactylus is een levendbarende worm die tot de groep monogene trematoden
behoort. Dit betekent, dat hij zich zonder tussengastheer kan vermeerderen. In
een oude worm is reeds een jonger exemplaar aanwezig, hierin de derde generatie
en daarin de 4 generatie. De huidwormen hebben geen oogpunten; de
Dactylogyrus of kieuwwormen wel. Aan het achtereinde zien wij een reeks
haakjes waarmee ze zich op de huid vasthechten (16 kleine haakjes en 2 grote).
Aan het andere einde heeft Gyrodactylus een dubbel eind, wat meestal goed te
zien is. De besmetting van de vissen gaat direct van vis op vis.
Een huidafstrijkje wordt onder een microscoop bij een vergroting van 50 - 100x
bekeken. De wormen bewegen heel langzaam en kunnen eenvoudig gediagnosticeerd
worden. Soms zijn de haakjes niet meer te zien, omdat ze bij het afstrijken in
de huid van de vis vast blijven zitten.
Advies
:
De parasieten kunnen met preparaten zoals LERNEX VAN COLOMBO voor de vijver
eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle schep met de
bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de behandeling
na 14 dagen te herhalen.
UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het
gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten.
Niet gebruiken onder de 10°C.
Dactylogyrus of kieuwwormen :
Deze ziekte heeft in de beginfase geen duidelijk beeld. De vissen ademen sneller
en vaak alleen via één kieuw. De andere kieuw houden ze dicht. Ook kunnen de
kieuwen ver openstaan. Later vermageren de vissen, schuren met de kieuwen aan de
vijverwand en stenen en krijgen een donkere kleur. Indien men de kieuwen
bekijkt, ziet men vaak duidelijk aangetaste delen van de kieuwblaadjes.

Evenals de Gyrodactylus behoort de Dactylogyrus tot de groep monogene Trematoden.
Maar Dactylogyrus infecteert alleen de kieuwen. Pas als zich een massale
infectie voordoet, kunnen wij ook enkele exemplaren op de huid van de vis
vinden. Dactylogyrus is niet levendbarend maar legt eieren, waaruit jonge larven
komen, die zich op de kieuwen tot volwassen wormen ontwikkelen. De worm heeft
ook aan het achtereinde 12 kleinere en 2 grotere haakjes waarmee hij zich op de
kieuwen vast hecht. De voorzijde eindigt op 4 punten en er zijn 4 oogpunten te
zien.
De parasiet is bij een vergroting van 50-100x van een kieuwafstrijkje of een
stuk kieuw goed te zien. Voor enkele details is een hogere vergroting
noodzakelijk.
Advies
:
De parasieten kunnen met preparaten zoals LERNEX VAN COLOMBO voor de vijver
eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle schep met de
bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de behandeling
na 14 dagen te herhalen.
UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het
gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten.
Niet gebruiken onder de 10°C.
Eéncelligen : protozoën.
Welke soorten
ééncelligen teisteren onze Koi?

Een groot
aantal aandoeningen wordt meestal door ééncellige parasieten veroorzaakt. Deze
aandoeningen zijn meestal gemakkelijk aan de veranderingen van de huid te zien.
De slijmlaag bij dit soort infecties is vaak dikker, zodat de kleur van de
vissen grijzer wordt. Soms kan men aan de uiterlijke tekenen op de huid al zien
om welke soort parasiet het gaat. Deze huidparasieten zijn flagellaten of
ciliaten en zij veroorzaken duidelijk zichtbare puntjes op de huid en vinnen.
De ciliaten of wimperdiertjes hebben vele kleine trilhaartjes (cilien) over het
hele lichaam verspreid. Flagellaten zijn herkenbaar aan enkele langere haartjes
(flagellen) waarmee ze zich voortbewegen. Flagellaten komen ook in het lichaam
van de koi voor; meestal in de darm.
Een nog onbekende groep ziekteverwekkers zijn de sporozoas. Deze parasiteren net
als de flagellaten in het hele lichaam waardoor de bestrijding meestal moeilijk
of onmogelijk is.
Hoe een infectie met ééncelligen
herkennen?
Trichodina of huidvertroebeling :
Trichodina is een ciliaat, welke optreedt als de vissen verzwakt zijn door
stress of bij een slechte waterkwaliteit. De koi zijn lusteloos en schuren aan
de vijverwanden en rotsen. Meestal hangen de vissen met samengeknepen vinnen aan
het wateroppervlak waar ze naar lucht happen. Verder is er een toegenomen grijze
of blauwachtige slijmlaag te zien en de kleur van de vis is meestal donkerder
dan normaal. In een later stadium kunnen bloederige plekken ontstaan.
Trichodina vermeerdert zich door deling op de huid van de vis; hierdoor kan een
trichodinabesmetting zich enorm snel uitbreiden. De parasiet kan zowel de
kieuwen als de huid van de vis infecteren. Trichodinaparasieten zijn in staat de
vis te verlaten en vrijzwemmend ongeveer 24 uur in leven te blijven om naar een
andere vis te zoeken.
Trichodinaparasieten zijn bij een vergroting van 100-200x door de microscoop
goed te zien. De parasieten zijn helemaal rond en bevatten aan de buitenkant
heel veel ciliaten. In het midden van de cel is ook soms een halfronde grote
celkern te zien. Aan de onderkant van de parasiet zit een ring met haakjes,
waarmee zij zich kunnen vasthechten op de huid van de vis.
Advies
:
Trichodina is eenvoudig met een middel tegen ééncelligen te behandelen. Omdat
als de ciliaten de huid verlaten gaatjes ontstaan, is het mogelijk, dat
bijkomende bacteriële infecties en schimmelinfecties ontstaan. ALPAREX van
Colombo voor de vijver zorgt ervoor, dat Trichodina en andere ééncelligen met
positief resultaat bestreden worden.
Dosering :
1ste dag 1ml.per 20 liter vijverwater; de 2e dag nog eens 1ml.per 20 liter
vijverwater. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen.
Tussen ALPAREX en FMC-50 dient minimum twee weken tussen te zijn.
Chilodonella of kieuwvertroebeling :
De chilodonellaparasiet behoort net als de trichodinaparasiet tot de groep van
de ciliaten. Chilodonella is een typische koudwaterparasiet. Deze parasiet is in
het begin van de ziekte alleen op de kieuwen te vinden. Pas in een later stadium
wordt ook de huid besmet, wat zichtbaar is aan de toegenomen slijmlaag. Meestal
vinden wij een grijze huidvertroebeling alleen in het gebied rond de nek van de
vis tot de rugvin. Doordat de kieuwen sterk aangetast zijn, happen de vissen
sterk naar lucht en hangen aan het wateroppervlak. Besmette vissen schuren langs
de vijverwanden en rotsen.

Bij een vergroting van 50-200x is deze parasiet goed te zien. De parasiet heeft
een ovale vorm met een insnijding aan het achtereinde van het lichaam. Verder is
ook een grote celkern en vele kleine holten te zien. Zoals boven reeds vermeld
komt hij vooral op de kieuwen voor en bij een temperatuur lager dan 20C°.
Waardoor de aandoening meestal in de lente of herfst voorkomt.
Advies
:
Chilodonella is eenvoudig met een middel tegen ééncelligen te behandelen.
ALPAREX van Colombo voor de vijver zorgt ervoor, dat Chilodonella en andere
ééncelligen met positief resultaat bestreden worden.
Dosering :
1ste dag 1ml.per 20 liter vijverwater; de 2e dag nog eens 1ml.per 20 liter
vijverwater. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen.
Tussen ALPAREX en FMC-50 dient minimum twee weken tussen te zijn.
Ichthyophthirius multifiliis
of witte stip :
Deze vaak voorkomende aandoening wordt veroorzaakt door de Ichthyophthirius
multifiliis parasiet. Op de vis zijn duidelijk witte puntjes te herkennen die
zowel op de huid als op de vinnen voorkomen. De huid van de vis is sterk
verslijmd. De vissen schuren langs rotsen en vijverwand, klemmen hun vinnen,
hangen in een later stadium apathisch in een hoek van de vijver en nemen geen
voedsel meer op. Omdat deze ziekte zeer besmettelijk is, is een snelle diagnose
en behandeling noodzakelijk.

De parasiet vermeerdert zich in 3 stappen. Hij groeit op de huid van de vis, de
huid van de vis is zijn voedsel. Na de groeifase verlaten de volwassen
Ichthyophthirius multifiliis de huid en zinken tot de bodem waar zij zich
vermeerderen tot 1000 sporen per parasiet. De derde fase is de infectiefase waar
de sporen op zoek gaan naar nieuwe vissen. Vinden de sporen binnen 70 uur geen
nieuwe vis dan sterven ze af.
Een afstrijkje van de huid, vinnen of kieuwen wordt bij een vergroting van
50-200x bekeken. Deze ciliate ziekteverwekker heeft de vorm van een ovaal. Er is
een duidelijke hoefijzer-vormige cirkel in de parasiet te herkennen. Dit is de
grote celkern. Hiernaast heeft Ichthyophthirius multifiliis nog een kleine ronde
celkern; welke niet altijd even duidelijk te zien is.
Advies :
Ichthyophthirius multifiliis of witte stip is eenvoudig met een middel tegen
ééncelligen te behandelen. Omdat als de ciliaten de huid verlaten gaatjes
ontstaan, is het mogelijk, dat bijkomende bacteriële infecties en
schimmelinfecties ontstaan. ALPAREX van Colombo voor de vijver zorgt ervoor, dat
Witte stip en andere ééncelligen met positief resultaat bestreden worden.
Dosering :
1ste dag 1ml.per 20 liter vijverwater; de 2e dag nog eens 1ml.per 20 liter
vijverwater. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen.
Tussen ALPAREX en FMC-50 dient minimum twee weken tussen te zijn.
Costia of Ichthyobodo necatrix of huidvertroebeling :
Costia is eigenlijk verouderd, want tegenwoordig noemt men deze ziekteverwekker
Ichthyobodo necatrix. Deze parasiet veroorzaakt net als de meeste andere
parasieten huidvertroebelingen die echter minder goed te zien zijn. Bij een
massale infectie zien we op de huid enkele grijze vlekken die als een film op de
huid aanwezig zijn. In sommige gevallen vinden wij Ichthyobodo ook op de kieuwen
van de vissen. De vissterfte kan bij een costiabestemmetting zeer hoog zijn,
omdat ook vaak secundaire bacteriële infecties voorkomen. Costia is de
voornaamste visdoder in de winter omdat deze parasiet zich kan blijven
ontwikkelen bij een temperatuur van minder dan 2C°. Zoals bij andere infecties
door ééncelligen zwemmen de vissen tuimelend door het water, schuren aan de
vijverwanden en vermageren. Sommige vissen sterven zelfs zonder dat er één van
deze symptomen is waargenomen.
Ichthyobodo behoort in tegenstelling tot de drie vorige parasieten tot de groep
van de flagellaten. Anders dan de ciliaten hebben de flagellaten enkele
haartjes. De costia heeft 2 lange en 4 korte haartjes waarmee hij zich
voortbeweegt. De parasiet vermeerdert zich door celdeling, waardoor bij een
eventuele besmetting de parasiet op zeer korte tijd grote sterfte veroorzaakt
bij vooral jonge vissen. Deze ziekte is zeer besmettelijk. Costiaparasieten
dienen binnen de twee uur een nieuwe gastheer te vinden of ze sterven.

Onder de microscoop is Ichthyobodo bij een vergroting van 200-400x aan zijn
snelle zwembeweging en zijn boonvormig uiterlijk te herkennen. Costia is voor
een beginnende onderzoeker moeilijk te herkennen doordat ze zeer klein zijn
(7-15µm) en zeer snel van plaats wisselen.
Advies :
Costia is eenvoudig met een middel tegen ééncelligen te behandelen. ALPAREX van
Colombo voor de vijver zorgt ervoor, dat Costia en andere ééncelligen met
positief resultaat bestreden worden. De bestrijding van een ziekte veroorzaakt
door flagellaten kan geholpen worden door de vissen in een donkere omgeving te
brengen.
Dosering :
1ste dag 1ml.per 20 liter vijverwater; de 2e dag nog eens 1ml.per 20 liter
vijverwater. UV-lamp minimum 1 week uitschakelen.
Tussen ALPAREX en FMC-50 dient minimum twee weken tussen te zijn.
Meercellige parasieten.
Welke soorten
meercelligen teisteren onze Koi?
De laatste
soort ziekteverwekkers zijn de meercelligen waarvan de meesten tot de
kreeftachtigen of crustacea behoren. Deze ziekteverwekkers zijn groot genoeg om
ze met het menselijke oog te herkennen. Omdat de kreeftjes zo groot zijn
ontstaan natuurlijk ook grote wonden in de huid van de vissen. Hierdoor is het
gevaar voor bacteriële infecties en schimmelinfecties heel groot.
Deze organismen met meerdere cellen hebben ook een ingewanden, geslachtsklieren
en een zenuwstelsel. Ze zijn groter dan de ééncellige; maar een microscoop is
toch aan te bevelen voor het herkennen van meercellige.
De eerste meercelligen die we bespreken zijn de bloedzuigers (Piscicola geometra
of visbloedzuiger) gevolgd door de kreeftachtigen als ergassilius
(kieuwkreeftje); laernae of ankerworm en tenslotte de argulus (vis- of
karperluis).
Hoe een infectie met
meercelligen herkennen?
Bloedzuigers (Piscicola geometra of visbloedzuiger):
De visbloedzuiger voedt zich met bloed, ze zoeken een gastheer welke meestal al
verzwakt is en zuigen zich vol met bloed. Een bloedzuiger welke meestal 's
nachts actief is kan tot 10 ml bloed uit een vis zuigen.
Als je ronde zuigplekken op de vissen ontdekt kan dit wijzen op de aanwezigheid
van visbloedzuigers. Als de gastheer verzwakt is door de visbloedzuiger verlaat
deze de gastheer. Piscicola veroorzaken veel schade aan de slijmhuid en
verspreiden ook ziekteverwekkers. De visbloedzuiger kan een lange tijd in de
vijver overleven zonder gastheer. Bloedzuigers komen vaak met nieuwe planten in
de vijver.

Piscicola worden tussen 2 en 5cm. Ze zijn lang dun en dwarsgestreept met twee
zuignappen waarmee ze niet alleen bloed zuigen maar zich ook voortbewegen over
de vis.
Advies
:
Bij het uitzetten van nieuwe planten en vissen grondig nagaan of er geen
ongenode gasten zijn meegekomen. Als er toch vissen getroffen zijn door
bloedzuigers kan men deze met de hand van de vissen halen en behandelen in
quarantaine met een zoutbehandeling van 20gr/l voor 10 à 45 minuten.
Alle vissen in quarantaine plaatsen en de besmette vijver leegmaken en grondig
ontsmetten. (met calciumchloride) Het uitzetten van een zonnebaars kan in de
toekomst al veel ellende besparen.
Argulus
of karperluis :
De argulus is een van de meest voorkomende parasieten op vijvervissen, en kan
tot 15 mm groot worden. De argulus heeft een ronde vorm met twee ronde
zuignappen. Tussen deze zuignappen zitten de stekelvormige delen van de mond
waarmee de argulus een gat door de huid van vis maakt. De argulus injecteert een
vergif in de wond en met zijn sterke kaken van de mond breekt de Argulus het
aangetaste weefsel open. De huid van de vis raakt geïrriteerd en deze zal gaan
schuren en springen. Daardoor ontstaan verwondingen welke ook weer een infectie
van bacterïen of schimmels kan veroorzaken.
De schade die ze bij de koi aanbrengen bestaat uit het onttrekken van bloed en
weefselsappen waardoor er een rode plek ontstaat op de plaats waar de argulus
heeft gezeten. De karperluizen kunnen door middel van gif de vissen verdoven of
zelfs doden. Bovendien zijn ze bekend voor het overdragen van buikwaterzucht.
Als de vis niet snel behandeld wordt is hij meestal reddeloos verloren.
De levenscyclus van de Argulus is als volgt: De volwassen Argulussen zitten met
hun zuignappen op de vissen, de volwassen vrouwtjes verlaten de vis om hun
eitjes af te zetten. De ontwikkeling tot een volwassen karperluis verloopt in
negen larvenstadia.

Een microscopisch onderzoek is niet nodig, omdat karperluizen met het blote oog
te zien zijn.
Advies
:
Visluizen kunnen met preparaten tegen wormen zoals LERNEX VAN COLOMBO voor de
vijver eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle schep
met de bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de
behandeling na 14 dagen te herhalen.
UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het
gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten.
Niet gebruiken onder de 10°C.
Argulus kunnen veertien dagen overleven zonder gastheer. Het is daarom
aangeraden om levend voedsel, rotsen of planten minimum twee weken te bewaren
voor men deze in contact brengt met de vissen of de vijver in het algemeen.
Lernaea of ankerworm :
Ankerworm is eigenlijk een foutieve benaming voor deze parasiet die tot de
kreeftachtige behoort. De 2cm grote diertjes zijn duidelijk op de huid van de
vissen te herkennen. De vissen schuren aan vijverwanden en rotsen en zwemmen
zenuwachtig rond in de vijver.
Op de aanhechtingsplaatsen ontstaan rode vlekken door ontstekingen en bacteriële
infecties. De ankerwormen dringen diep in de huid en spieren van de vis door
zodat soms alleen de staart van de beestjes te zien is. Bij jonge vissen tot
zelfs in vitale organen als de lever. Bloedarmoede, vermagering en sterfte zijn
het gevolg.
Ankerwormen lijken op een worm met hoorntjes aan de kop; bij volwassen vrouwtjes
zijn de 2 eierzakjes goed te zien. Alleen de vrouwtjes zijn parasitair; de
mannetjes niet. Met de haken, welke sterk op een anker van een schip lijken,
boren ze de vissen door de huid tot in het spierweefsel en zuigen bloed op. De
mannetjes wijken qua vorm helemaal af van de vrouwtjes. De mannetjes sterven ook
na de voortplanting in mei, de vrouwtjes dringen zich nog dieper in het weefsel
van de vis en verplaatsen zich niet meer. Het achterlijf steekt nog tussen de
schubben uit; aan het uiteinde zijn de twee lange eierzakjes te zien. Eind mei
begin juni sterven dan ook de vrouwtjes en vallen gewoon van de vis af met
medeneming van stukken huid en spierweefsel waarbij ze grote gaten veroorzaken.
Deze gaten genezen zeer moeilijk, meestal ontstaat er een bacteriële- of een
schimmelinfectie wat de dood van de koi tot gevolg heeft.

Een microscopisch onderzoek is niet nodig, omdat ankerwormen met het blote oog
zijn waar te nemen.
Advies :
Ankerwormen kunnen met preparaten tegen wormen zoals LERNEX VAN COLOMBO voor de
vijver eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle schep
met de bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de
behandeling na 14 dagen te herhalen.
UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het
gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten.
Niet gebruiken onder de 10°C.
Ergasilus of kieuwkreeftje :
Een infectie met ergasilus of kieuwkreeftjes komt meestal voor op vissen die
leven op de bodem of in de lagere waterlagen. Ergasilus leeft vooral op de bodem
terwijl de larven vrij rond zwemmen in het water.
Deze kreeftjes parasiteren op de kieuwen van de vis en zijn daar als kleine
witte puntjes van een lengte tot 2 mm te zien. Aangetaste vissen vermageren en
de kieuwen worden bloedarm en bleek, waarna de vissen lusteloos worden. Op de
foto zijn de aangetaste kieuwen van een koi goed te zien.
Alleen de vrouwtjes zijn parasitair. De mannetjes zijn planktonorganismen. In de
loop van de zomer kunnen 2 generaties ontstaan. Bij de vrouwtjes ontwikkelt zich
een paar krachtige haken waarmee ze zich vast hechten in de kieuwen van de
vissen. Volwassen kieuwkreeftjes zijn tot 2mm groot en zoeken vaak de grotere
vissen op omdat kleinere vissen te kleine kieuwen hebben om zich goed te kunnen
vastgrijpen.
De volwassen vrouwtjes worden ook wel "kieuwwormen" genoemd vanwege de
wormachtige witte eierzakken. De kieuwkreeftjes kunnen zelf overbrengers zijn
van parasitaire ziekten, ze dienen daarbij vaak als tussengastheer. Gelukkig
komt de parasiet niet veel voor bij koi, wel is het raadzaam om nieuwe vissen
uitvoerig te controleren.

Bij microscopisch onderzoek is een vergroting van 50x voldoende om de parasiet
goed te herkennen. Met een bot voorwerp kunnen de kreeftjes voorzichtig van de
kieuwen gehaald worden.
Advies :
Kieuwkreeften kunnen met preparaten tegen wormen zoals LERNEX VAN COLOMBO voor
de vijver eenvoudig worden bestreden. 10 gr. per 125L vijverwater. Een volle
schep met de bijgeleverde maatlepel is ca. 20 gram. Het verdient aanbeveling de
behandeling na 14 dagen te herhalen.
UV-lamp tot 10 dagen na de laatste behandeling uitgeschakeld houden. Tussen het
gebruik van Lernex, en Alparex dient minimaal 3 weken tijdsverschil te zitten.
Niet gebruiken onder de 10°C. |